Om een personage te laten schreeuwen kun je het citaat op een uitroepteken laten eindigen. Eentje is voldoende. Eventueel met een vraagteken erachter:
‘Wat heb ik nou gezegd!?’ riep Sjoerd.
Denk eraan dat ook bij schreeuwende personages de leestekens vóór het afhalingsteken (het tweede aanhalingsteken) komen. Je gebruikt dan geen komma.
Wil je een personage dat al uit zijn dak gaat nóg harder laten schreeuwen kun je accenten gebruiken:
‘Wát heb ik nou gezégd!?’
Als je toetsenbord op English / US Internationaal staat ingesteld, kun je een accentje plaatsen door op ‘ (het enkele aanhalingsteken) te drukken en direct daarna op een klinker. Het accent wijst dan naar rechtsboven: á, ó, ú, í, é.
Gebruik liever geen hoofdletters – ‘WAT HEB IK NOU GEZEGD!?’ – dan lijkt het of de schrijver meeschreeuwt.
Hoofdletters kun je wél toepassen voor borden. Bijvoorbeeld: VERBODEN TOEGANG
Je kunt je personage bijvoorbeeld ook zo laten schreeuwen:
‘Wát… héb ik… nou… gezégd!?’
Of je laat hem eerst rood laten aanlopen voordat hij wat zegt. Let erop dat je dit dan vóór het citaat zet, op dezelfde regel, dus zonder op Enter te drukken:
Sjoerd liep rood aan. ‘Wat heb ik nou gezegd!?’
In Engelstalige romans en thrillers wordt vaak gecursiveerd om woorden te accentueren en personages te laten schreeuwen. In Nederlandstalige boeken is dat niet gebruikelijk, omdat cursief vaak gebruikt wordt voor gedachten en app-berichten, die je overigens zónder aanhalingstekens mag noteren, in tegenstelling tot pratende en schreeuwende personages.