De kop van mijn tweemaandelijkse column, ‘Redactietips’, zou evengoed gelezen kunnen worden als: tips voor redacteuren. Deze keer wil ik me daarom op alle aspirant-redacteuren richten.
Mijn belangrijkste tip: redigeer een manuscript (of andere tekst) alsof je een boek leest. Laptop op schoot, schouders laag. Zelf houd ik mijn blik constant op de onderste regel gericht en gebruik ik de cursortoets om naar de volgende regel te springen. Je kunt ook Page Down gebruiken om telkens een hele pagina te bekijken, maar het voordeel van mijn onderste-regelmethode is dat je je ook in koffietentjes kunt concentreren, doordat je dan minder last hebt van ‘horizonvervuiling’ zoals langslopende mensen.
Een collega-redacteur hoorde ik eens zeggen dat ze na het corrigeren van een boek niet kon navertellen waar het over ging. Wat is er dan nog leuk aan je baan, vroeg ik me af. Hier moet ik kort vermelden dat je bij het corrigeren énkel op taalfouten let en bij het redigeren (wat ik doe) ook inhoudelijke fouten moet aankaarten. Die inhoudelijke fouten, zoals plot- en logicafouten (Vanwaar dat Rotterdams accent als het personage uit Roermond komt? om een voorbeeld te noemen), zie ik over het hoofd als ik té dicht op de tekst zit.
Zodra je in Word begint te redigeren zet je ‘wijzigingen bijhouden’ aan, zodat de auteur of vertaler kan zien wat je hebt aangepast; het is immers zijn tekst, dus hij heeft het laatste woord. Wanneer ik ergens twijfel of een beter alternatief denk te weten, plaats ik een opmerking in de kantlijn. Sommige selfpub-auteur hebben de opmerkingen ‘uit’ staan en zien enkel mijn wijzigingen in de tekst; of weten niet dat het rode streepje in de kantlijn betekent dat ik iets gewijzigd heb. Dan stuur ik het manuscript nogmaals op, ditmaal als pdf waarin zowel mijn wijzigingen als opmerkingen duidelijk zichtbaar zijn.
In mijn volgende column richt ik me weer tot schrijvers, maar mocht je als aspirant-redacteur nog vragen hebben hoor ik het graag!