Tips voor aspirant-redacteuren

De kop van mijn tweemaandelijkse Schrijven Magazine-column, Redactietips, zou evengoed gelezen kunnen worden als: tips voor redacteuren. Deze keer wil ik me daarom op alle aspirant-redacteuren richten.

Mijn belangrijkste tip: redigeer een manuscript (of andere tekst) alsof je een boek leest. Laptop op schoot, schouders laag. Zelf houd ik mijn blik constant op de onderste regel gericht en gebruik ik de cursortoets om naar de volgende regel te springen. Je kunt ook Page Down gebruiken om telkens een hele pagina te bekijken, maar het voordeel van mijn onderste-regelmethode is dat je je ook in koffietentjes kunt concentreren doordat je dan minder last hebt van ‘horizonvervuiling’, zoals langslopende mensen.

Zodra je in Word begint een tekst te redigeren zet je ‘wijzigingen bijhouden’ aan, zodat de auteur of vertaler kan zien wat je hebt aangepast; het is immers zijn tekst, dus hij heeft het laatste woord. Hierbij is het zéér belangrijk om ‘Simple markup’ / ‘Eenvoudige weergave’ te selecteren (menu Review/Controleren), anders zie je zowel de gewijzigde als originele tekst (zij het doorgestreept) wat juist nieuwe fouten kan veroorzaken.

Wanneer ik ergens twijfel of een beter alternatief denk te weten, plaats ik een opmerking in de kantlijn. Sommige auteurs hebben de opmerkingen ‘uit’ staan en zien enkel mijn wijzigingen in de tekst; of weten niet dat het rode streepje in de kantlijn betekent dat ik iets gewijzigd heb. Dan stuur ik het manuscript nogmaals op, ditmaal als pdf waarin zowel mijn wijzigingen als opmerkingen duidelijk zichtbaar zijn (mits ‘wijzigingen bijhouden’ aan stond).

In mijn volgende column richt ik me weer tot schrijvers, maar mocht je als aspirant-redacteur nog vragen hebben hoor ik het graag!