Onlangs redigeerde ik een selfpub-manuscript waarin de komma’s als mieren over de pagina’s krioelden. Gelukkig betrof het een sterk verhaal met goed uitgewerkte personages, dus kon ik tempo maken – op die komma’s na dan.
Die komma’s, waar plaats je die nu precies?
- Een komma geeft een langere pauze aan dan een spatie tussen twee woorden en een kortere pauze dan een punt tussen twee zinnen:
Poppetje gezien, kastje dicht.
- Bij het hardop voorlezen werkt een komma als adempauze en vooral in lange zinnen wil je de voorlezer niet blauw laten aanlopen, dus adviseer ik om je eigen zinnen hardop voor te lezen, dan merk je vanzelf waar een komma mag komen. (Kortere zinnen gebruiken kan natuurlijk ook.)
- De komma kan specificeren wie of wat er bedoeld wordt:
‘Geef die bezem aan, Grietje!’ schreeuwde de heks (dus tegen Grietje).
‘Geef die bezem aan Grietje!’ schreeuwde de heks (dus tegen Hans).
- Komma’s mógen tussen bijvoeglijk naamwoorden, maar als je je een beetje kunt beheersen heb je meestal aan twee adjectieven voldoende. Een verse, glimmende, sappige, rode appel mag je (elk geval wat deze redacteur betreft) inkorten tot een glimmende rode appel, zonder komma’s; glimmend rode zou ook kunnen trouwens.
- Een komma sluit een citaat af, waarbij de komma (of het uitroep- of vraagteken) vóór het afhalingsteken komt:
‘Al die komma’s,’ klaagde de redacteur hardop.
- Een komma sluit een gedachte af:
Al die komma’s, verzuchtte de redacteur in zichzelf.
- Komma’s worden vaak gebruikt om werkwoorden te scheiden, maar dit is lang niet altijd nodig. Als ik dat had geweten had ik het niet gedaan, kan prima zonder komma, maar verwissel je de werkwoordvolgorde, dan liever mét:
Als ik dat geweten had, had ik het niet gedaan.
* Komma’s kunnen een tussenzin markeren:
Aafke, die elke ochtend stipt acht uur haar bloemetjes water geeft, heeft zich vandaag blijkbaar verslapen.
Maar als je een lange tussenzin gebruikt – zoals deze, waarin ook weer komma’s staan, om even een duidelijk voorbeeld te geven – kun je beter aandachtsstreepjes gebruiken, zoals hiervoor.
Twijfel je over wel of geen komma? Laat hem dan weg, je redacteur zet ’m er wel tussen.