Show, don’t tell

Oftewel: laat liever blijken dan dat je het vertelt.

Die hele passage waarin je uitgebreid beschrijft hoe gevaarlijk het daar op straat is, kun je vervangen met een korte dialoog:

‘Stop je je geld goed weg?’ drong hij aan.

‘Ja, alleen wat kleingeld in deze portemonnee. Die andere vinden ze nooit, tenzij ze me…’

‘Lieverd, zeg dat nou niet! Ik zou met je meegaan, als ik kon. Die klootzakken.’

‘Zorg jij nu maar dat je been weer snel herstelt.’

Een extra voordeel van showen via dialogen is dat de lezer je personages en hun onderlinge verhoudingen leert kennen.

Het is overigens niet ‘fout’ om in de vertellende tekst, dus buiten de dialogen om, de omgeving of sfeer te beschrijven. Maar doe het in elk geval niet dubbelop; dan heeft via de dialoog of iemands gedachten de voorkeur.

Behalve via de dialoog kun je ook op andere manieren showen. Schrijf niet: Zo’n hoge hijskraan had hij nog nooit gezien! Maar laat hem een knakje in zijn nek voelen als hij omhoog kijkt, of zich afvragen hoe de hijskraanbestuurder zich op zijn werk kan concentreren met het oneindige uitzicht dat hij daarboven moet hebben.

Ook het voorbeeld met Felines oom is een voorbeeld van show, don’t tell.

Tip

Uitroeptekens zijn vaak een indicatie dat je aan het tellen (of schreeuwen) bent, in plaats van te showen.

 

(Nog vragen? Stel ze gerust, dan verwerk ik ze in mijn tips.)