Personages

Een goed verhaal valt of staat met overtuigende personages (wat zelfs voor nón-fictie opgaat). Maar wat maakt een personage overtuigend? Twee dingen: hij of zij moet authentiek zijn en hij of zij moet minimaal één drijfveer hebben.

Authentiek

Met authentiek bedoel ik dat het personage een eigen persoonlijkheid, een eigen stem moet hebben. De lezer hoeft niet per se bevriend te raken met je personages, maar je helpt hem te beslissen of ze vrienden zouden kúnnen zijn door je personages van voldoende karakterdetails te voorzien. Maak hierbij gebruik van show, don’t tell: je personages geven zich vanzelf bloot door hun opmerkingen en doen en laten.

Ook het perspectief kan de lezer hierbij helpen. Het personage bij wie het perspectief ligt, kan namelijk het achterste van zijn tong laten zien; wat iemand zegt of doet hoeft immers niet altijd overeen te stemmen met wat iemand denkt. Zo creëer je een intiemere band tussen de lezer en je personage.

Belangrijk, want hier gaat het vaak mis: een authentiek personage dient zich consequent te gedragen binnen de karaktereigenschappen waarmee je hem of haar hebt uitgerust. Praktijkvoorbeeld: de man die de stewardess afsnauwt en zich aan zijn medepassagiers stoort, kan daarna niet ineens fluitend door de gate lopen (tenzij hij vliegangst heeft of de stewardess zijn ex is, maar dan mag je dit toelichten).

Drijfveren

Drijfveren bezielen je personages. Wat hopen ze, wat haten ze, wat vrezen ze, waarnaar of naar wie verlangen ze… wat wíllen ze nou eigenlijk?

Sommige personages maken de lezer al vanaf de eerste zin duidelijk wat ze willen – de dader vinden, bijvoorbeeld. Andere personages laten de lezer veel langer in het ongewisse over hun drijfveren – waaróm pleegde de dader zijn daad, bijvoorbeeld. Door niet direct alle drijfveren (of in het geval van de dader: zijn motief) aan het licht te brengen, creëer je een spanningselement. Je geeft de lezer zo een extra reden om het verhaal te willen lezen.

Drijfveren hoeven niet altijd een externe oorsprong te hebben: hoeveel protagonisten worden er niet geplaagd door interne issue’s? Soms weten ze zélf niet eens wat hen precies belemmert, wat een mooi uitgangspunt schept voor een zoektocht. En is niet elk (goed) verhaal daarop gebaseerd?

Tip

Laat je personages op hun eigen manier reageren op dezélfde situatie. Niet alles wat je hiervoor opschrijft, hoef je uiteindelijk te gebruiken. Zie het als voorstudie. Maar wie weet levert het een mooie scène of plottwist op.

Tip 2

Voorzie je personages van hun eigen stop- en vloekwoorden; laat ze dus niet allemaal met ‘What the fuck!?’ reageren. Hou hierbij ook rekening met de tijd en plaats waarin je verhaal zich afspeelt.

Tip 3

Schroom niet je personages te ‘gebruiken’ voor je persoonlijke drijfveren. Wie weet lucht het op!

Tip 4

Geef je personages uiteenlopende namen zodat de lezer ze makkelijker uit elkaar kan houden. Als er bijvoorbeeld al een Fred is, is er geen ruimte meer voor een Frederik. En mocht je moeite hebben met namen verzinnen: gebruik de namen van je proeflezers, met bijvoorbeeld hun achternamen onderling verwisseld.

Tip 5

Je personages komen pas echt tot leven als je ze af en toe een anekdote laat vertellen. Dat kan iets zijn wat je zelf hebt meegemaakt, zolang het maar past bij het personage en er een verband is met die scène. Harlan Coben (heb je die naam weer) is daar ijzersterk in.

 

(Nog vragen? Stel ze gerust, dan verwerk ik ze in mijn tips.)