En de plot dan?

Goed boek? Waar ging het over?

Denk ik terug aan de boeken waar ik van heb genoten, weet ik allang niet meer hoe het verhaal ging, of hoe het afliep. De personages kan ik me daarentegen vaak nog wél herinneren.

Zo is Harlan Coben een van mijn favoriete thriller-auteurs en heb ik bijna al zijn boeken gelezen, maar hoe ze nou precíés gingen… Zijn protagonisten daarentegen – die vaak in de ik-vorm tegen de lezer praten – zijn me wel bijgebleven. Doordat ze in woord, daad én gedachte reageren op wat hun overkomt (een extra Personages-schrijftip, trouwens), wisten ze me te grijpen en mee te sleuren.

Maar… de plot dan?

De plot moet klóppen; mag geen tegenstrijdigheden bevatten of tijdfouten (dit of dat kon hij toen nog niet weten, en dergelijke). Maar bovenal dient de plot de storm op te wekken die de protagonist het hoofd moet zien te bieden. In andere woorden: als je protagonist een trein zou zijn – vooruit, we noemen hem even Thomas – is de plot een opeenvolging van wisselstoringen waardoor hij botst, verdwaalt en ‘ontspoort’. Met hier direct op volgend die o-zo-belangrijke reactie. Want als je personages niet onder de indruk zijn van wat hun overkomt, waarom zouden je lezers dit dan wel moeten zijn?

Let wel: ik ben meer een ‘character-driven’ dan een ‘plot-driven’ redacteur. En inderdaad: deze tip is eigenlijk niet meer dan een aanvulling op mijn Personages-schrijftip.

 

(Nog vragen? Stel ze gerust, dan verwerk ik ze in mijn tips.)