Dialoognotatie

Door ieder personage op een nieuwe regel te laten spreken, hoef je niet elk citaat op ‘zei hij/zij/et cetera’ te laten eindigen. Bijvoorbeeld:

‘Zullen we zo een filmpje pakken?’ vroeg Henk.

‘Ik wil eigenlijk verder lezen, schat,’ zei Dinie zonder op te kijken van haar boek. ‘Heb hem bijna uit.’

‘Hmm, ik vraag de jongens wel.’

‘Die hebben morgen tentamen, schat.’

In scènes met drie of meer personages kan ‘zei hij/zij/et cetera’ vaker nodig zijn om te voorkomen dat de lezer de draad kwijtraakt, tenzij het personage makkelijk te herkennen is aan zijn of haar manier van spreken (‘schat’).